Mijn “Why”

Maar hoe vind je je why dan? Een vraag die ik als personal branding coach vaak van mijn klanten krijg. Mijn antwoord: Ga terug naar je jeugd, maak een wandeling door je leven en je carrière. Sla daarbij vooral de donkere periodes niet over. Je why ligt vaak verscholen tussen je angst en je passie. Als je je rode draad vindt dan vind je ook je why…

Dit is mijn (persoonlijke) verhaal over mijn why

Toen ik 13 was ging ik op schoolkamp. Ergens in Drenthe of Twente. In een boerderij waar we in het stro sliepen. Het is pak ‘em beet 34 jaar geleden dus ik weet het niet meer allemaal precies. Het zijn blurry memories. Wat ik me wel herinner is de Bonte Avond…

Een Bonte Avond in 1985

Er werden allerlei acts opgevoerd en het meeste was best vermakelijk (denk ik).

Tot er een onderdeel kwam waarin iemand een grap over mij maakte…. Waarschijnlijk werden ook andere klasgenoten op de hak genomen. Dat weet ik niet meer. En ik kan me ook met de beste wil van de wereld niet meer herinneren wat de grap was.

Ik weet alleen nog dat het me als een dolk recht in mijn hart raakte en dat ik niet wist hoe ik moest reageren. Ik kon met iedereen over weg op school en was best populair. Ik was in een veronderstelling dat iedereen mij wel aardig vond. Maar waarom maakten ze dan grappen over me en zetten ze me voor gek?, schoot er door me heen. Wat moet ik nu doen? Hoe reageer ik hierop? Onbedaarlijk begon ik te lachen, tot ik niet meer op kon houden. Het lachen ging over in groot gesnik en met uiteindelijk raakte ik volledig van de kaart. Mijn eerste hyperventilatie aanval. Velen zouden volgen.

Angst voor afwijzing

Op die avond kwam er een diepe angst bij me naar boven. Voor afwijzing. Een basisangst weet ik nu. Vanaf toen beheerste dat mijn leven. Elke keer als ik iets moest doen waarbij ik, in mijn ogen, voor gek zou kunnen komen te staan, of kwetsbaar was, kreeg ik buikpijn en uiteindelijk hyperventilatie.

En elke keer kwam ik er onderuit. Dan streek de leraar weer met zijn hand over zijn hart en hoefde ik niet voor de klas. Pffewww. Opluchting.

Maar dat hielp niet. Mijn faalangst werd erger en erger. Ik maakte mijn huiswerk niet af omdat ik dan niet het risico liep om het voor te moeten lezen of te laten zien. Ik zat op de Vrije School. Dat betekende dat je niet met boeken werkte en alles wat je tijdens de colleges te horen kreeg moest je uitwerken in een schrift met tekst en tekeningen. Iets waar ik zeker talent voor had. Mijn angst ging niet over iets niet kunnen, maar over in de aandacht staan blijkbaar.

Ik ging ook nog beter mijn best doen om zo mooi mogelijk te tekenen en te schrijven, waardoor ik niks afkreeg. Als ik een spreekbeurt moest houden (en dat was vrij vaak) bleef ik met hevige buikpijn thuis of zat ik tegen de verwarming in de lerarenkamer omdat de pijn onhoudbaar was. Als ik geen psychosomatische buikpijn had, verzon ik andere smoezen om onder lastige dingen uit te komen.

Zolang de aandacht maar niet op mij was gericht. Schooltoneel ging nog wel, want dan mocht je verkleed. Als je niet jezelf bent is het toch anders. Daarom hield ik van toneel. Maar bij elk optreden stond ik me in de coulissen in paniek af te vragen waarom ik zo nodig dat podium op wilde.

Knikkende knietjes

Op mijn 18e moest ik een eindpresentatie geven. Voor een grote zaal met ouders, school- en klasgenoten. Over mijn eindwerkstuk, waar ik een jaar lang mee bezig was geweest. Of had moeten zijn.

Ik begon er twee weken voor de deadline aan, omdat ik zo bang was het verkeerd te doen en ik onder die presentatie uit wilde komen.

Mijn eindwerkstuk ging over eilanden. Ik ben een islafiel (gek op eilanden). Eilanden hebben mij altijd gefascineerd (ze zijn een wereld op zich en je kan er niet zomaar vanaf) en als grote fan van Boudewijn Büch, smulde ik van eilandverhalen.

Het zou niet moeilijk moeten zijn om er met passie over te praten. Maar mijn eindpresentatie was de hel. Die middag had ik last second mijn werkstuk ingeleverd (de meeste tekeningen in het boekwerk door mijn moeder gemaakt, want ik had wel talent, maar geen tijd om zelf te tekenen).

Ik had natuurlijk geen tijd gehad om mijn verhaal voor te bereiden en had geen idee wat ik precies ging vertellen. Ik besloot de crowd te verblijden met technisch gezever over het ontstaan van eilanden. Het paste totaal niet bij me. Ik stond daar op het podium hakkelend, met knikkende knietjes en een hoge piepstem mijn verhaal te vertellen en wilde ik eigenlijk het liefst dood.

Of desnoods wegrennen.

Als je over je passie vertelt, durf je het wel

Toen ik het echt niet meer had en het huilen me nader stond dan het lachen, stak een vriendin uit mijn klas haar hand op en vroeg of ik zelf zou willen survivallen op een onbewoond eiland. Het raakte me…..iets in mij ging aan…. en ik begon met groot enthousiasme te vertellen over hoe ik vuur zou maken, visjes zou roosteren en een hut zou bouwen. Mijn zenuwen verdwenen als sneeuw voor de zon. En mijn presentatie was gered.

Ondanks de goede afloop beloofde ik mijzelf plechtig dat ik nooit meer zo de aandacht op mezelf zou vestigen. En nooit van mijn leven meer op een podium zou klimmen. Als mezelf.

Knorbuikje

Tijdens mijn HBO-jaar en daarna op de universiteit (bij Algemene Letteren en Film- en tv wetenschappen/Dramaturgie) ben ik erin geslaagd dat inderdaad te vermijden. De angsten verdwenen echter niet. Ze werden groter.

De hyperventilatie-aanvallen maakten plaats voor angst- en paniekaanvallen. Angst voor het geluid van mijn knorrende maag in een stille collegezaal (no kidding, ik lag daar nachten wakker van). Angst om bij medestudenten te eten en vooral te logeren (want dan zou ik buikpijn kunnen krijgen). Angst voor tentamens (vanwege knorbuik en angst dat ik zou falen natuurlijk). Angst voor angst.

Werken tot je erbij neervalt

Uiteindelijk ben ik na 5 jaar gestopt met mijn studie want het “knorrende buiksyndroom” belemmerde me om mijn tentamens te maken.

Dat was niet de enige reden, er gebeurden wat superheftige dingen in mijn leven die de grond onder mijn voeten wegsloegen. Mooi materiaal voor een film, aldus mijn filmdocent op de universiteit. Mooi lesje in veerkracht in ieder geval.

Nadat ik mijn leven weer enigszins op de rit had, stortte ik me in het werkende leven en werd producer van tv-commercials en videoclips. Een van de meest stressvolle banen die ik maar kon bedenken. Maar, in dienst van iemand anders en dus vooral zelf niet in het licht. En niet stilstaan, vooral niet stilstaan.

Flashforward naar nu.

Jezelf durven laten zien

Na een carrière in productieland, bij een reclamebureau, in een boekhandel en op een advocatenkantoor help ik nu ondernemers bij hun personal branding en zichzelf (online) laten zien.

Waarom?

Omdat ik wil dat ze hun prachtige missie leven en laten zien.  Dat ze hun verhaal durven te onderzoeken en te vertellen. En dat ze spotlight pakken!

Wat ik zelf nooit heb gedurfd, daar wil ik anderen mee helpen.

Want ik snap jou! Ik weet als geen ander hoe het voelt om rijkdom in jezelf te hebben en het niet te kunnen of durven laten zien. Hoe het voelt om jezelf klein te houden terwijl je de wereld zoveel moois te bieden hebt. Alleen maar omdat je het spannend vindt of bang bent om te falen. Of voor gek te staan.

Wat kun je doen om je angst (om jezelf te laten zien) te overwinnen?

Het was een lange weg en nog steeds vind ik het kwetsbaar en een uitdaging om mezelf te durven laten zien en te vertrouwen op wat ik voor anderen kan betekenen op dit vlak.

Maar ik durf in Permanent Bèta-stand te leven. Dat betekent dat je je realiseert dat alles in ontwikkeling is en dat dingen eigenlijk nooit af zijn. En dat je dus mag experimenteren, ‘kutten en klooien’ en op je bek mag gaan mag. Want daar leer je van. Daar leer je het meest van. De groei zit hem in de lastige dingen niet, niet in wat je makkelijk afgaat.

Als je maar weer opkrabbelt en de moed niet laat zakken.
Als je maar op zoek gaat naar jouw missie en waarheid!
En als je die maar gaat laten zien aan de wereld.

Ga je mee dat durven?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *